EMBARGO TOT Woensdag 30 september 13 uur.
Het Rijk en de provincies hebben in 2020 samen afgesproken dat er 10% meer bos bij moet komen in Nederland voor 2030. Dit legden zij vast in de Bossenstrategie. Deze landelijke doelstelling werd niet verdeeld over de provincies. Naast afspraken over hoeveelheid bos zijn ook afspraken gemaakt over de kwaliteit en vitaliteit van bossen. Voor de verbetering van de vitaliteit van bossen wordt onder meer ingezet op de omvorming van productiebos naar natuurbos. In natuurbos krijgt de natuur meer ruimte en blijft dood hout liggen. Dit draagt bij aan de biodiversiteit en de kwaliteit van het bos. Daarnaast is revitalisering bedoeld om bossen sterker en beter bestand te maken tegen klimaatverandering, droogte, stikstof en ziektes. De provincie Overijssel heeft ervoor gekozen om de landelijke doelstellingen over te nemen in een provinciale bossenstrategie. Dat betekent 10% meer bos en 10% meer natuurbos in Overijssel voor 2030.
De totale omvang van houtopstanden (de juridische term voor bos, houtwallen, singels en bomenrijen) wordt niet alleen beïnvloed door uitbreiding, maar ook door bescherming van bestaande bossen en bomen. De provincie is verantwoordelijk voor bomen buiten de bebouwingscontour houtkap met een oppervlakte van 10 are of meer, en voor bomenrijen van meer dan 20 bomen. Voor kap moet een kapmelding worden gedaan. Om het bosareaal in stand te houden geldt ook een herplantplicht: degene die bomen kapt moet binnen drie jaar nieuwe bomen te planten.
In dit onderzoek keken we naar de stand van zaken op het gebied van bosuitbreiding en revitalisering halverwege de looptijd van de landelijke bossenstrategie. Daarnaast brachten we in kaart op welke wijze invulling wordt gegeven aan de bescherming van bomen en bossen.
In tabel 1 is de ontwikkeling in bosoppervlakte (in ha) sinds 1970 per provincie opgenomen. Landelijk laten de laatste twee meetmomenten een lichte daling zien ten opzichte van de eerdere meetmomenten, de trend in Overijssel wijkt daar niet van af. Begin 2027 wordt de volgende meting verwacht.

Uit ons onderzoek blijkt dat de provincie Overijssel met de huidige inzet hun doelstelling voor uitbreiding van bos niet gaat halen. Daarnaast werden bomen in het landelijk gebied in Overijssel tot 2024 onvoldoende beschermd. Voor de bescherming is nu meer prioriteit: achterstanden worden ingelopen, waarbij alsnog herplantplicht wordt opgelegd. De provincie is er vroeg in de looptijd van de bossenstrategie al in geslaagd om 10% meer natuurbos te realiseren door het omvormen van productiebos. De vitaliteit van het Overijsselse bos is echter kwetsbaar: ca. 30% van het bos loopt op de korte termijn groot risico. De provincie komt hiervoor met een kwaliteitsimpuls om het bos te vernatten, maar er is meer nodig om het bos met het oog op de toekomst gezond te houden.
Hoofdconclusie
De provincie Overijssel gaat haar doelen voor bosuitbreiding in 2030 met de huidige aanpak en middelen niet halen. Door onder andere moeizame afstemming met gemeenten en vrijblijvendheid van aanpak is er slechts 319 van de beoogde 3.900 ha bos gerealiseerd (187 ha nieuw bos t/m 2025 en 132 compensatiebos t/m 2024).
Tot 2024 kreeg de bescherming van bomen te weinig prioriteit, wat leidde tot het verdwijnen van ca. 200 ha landschapselementen in tien jaar tijd. Sinds 2025 is extra capaciteit vrijgemaakt voor toezicht, waarmee de bescherming van het areaal beter is gewaarborgd.
Op het gebied van bosrevitalisatie is de provincie erin geslaagd om 10% meer natuurbos te realiseren. De geplande kwaliteitsimpuls uit de bossenstrategie heeft in 2025 vorm gekregen: de beschikbare middelen zijn echter onvoldoende om alle benodigde maatregelen te treffen.
Deelconclusies
Bosuitbreiding
De provincie Overijssel ligt niet op schema om in 2030 de beoogde bosuitbreiding van 3.900 ha te realiseren. Door stijgende grondprijzen, moeizame afstemming met gemeenten, en vrijblijvendheid van aanpak is er slechts 319 ha bos gerealiseerd (187 ha nieuw bos t/m 2025 en 132 compensatiebos t/m 2024). Voor de volledige opgave zouden door het wegvallen van Rijksmiddelen uit het NPLG tevens extra (eigen) middelen nodig zijn. De nieuwe typering van zoekgebieden als landbouwgebied met generieke opgaven zorgt voor minder locaties voor nieuw bos. PS hebben in 2026 de uitbreidingsdoelen van de Overijsselse bossenstrategie opgenomen in de nieuwe Omgevingsvisie, maar er zijn geen extra middelen vrijgemaakt voor nieuw bos. De aanplant van compensatiebos voor kap binnen N2000 verloopt wel volgens planning. Of dat voor de realisatie van 5% houtige landschapselementen binnen de provincie ook geldt is niet vast te stellen omdat het zicht ontbreekt.
Bescherming
De bescherming van bomen en bos in de provincie Overijssel kreeg tot 2024 te weinig prioriteit. De provincie voldeed niet aan haar wettelijke verplichting voor de bescherming van bomen in het landelijk gebied: er verdwenen jaar op jaar landschapselementen zonder dat er aan de herplantplicht werd voldaan, met een nettoverlies van in totaal ca. 200 ha. De bescherming van het areaal houtopstanden in Overijssel krijgt sinds 2025 meer prioriteit. Er is extra capaciteit vrijgemaakt voor toezicht, waarmee achterstanden worden weggewerkt. Ook worden sinds 2026 alle kapmeldingen die de provincie binnen krijgt gecontroleerd, in plaats van de eerdere norm van 30%.
Revitalisering
De provincie Overijssel is erin geslaagd om vroeg in de looptijd van de provinciale bossenstrategie 10% meer natuurbos te realiseren. Deze omvorming naar natuurbos was voor een groot deel in 2022 al gerealiseerd in het kader van de ontwikkelopgave N2000. Wat betreft vitaliteit staat het Overijsselse bos er slechter voor: in 2022 bleek dat ongeveer 30% van het Overijsselse bosbestand valt in de categorie bedreigd bostype, waarvoor op korte termijn (voor 2030) maatregelen nodig zijn om het bostype te behouden. De geplande kwaliteitsimpuls uit de bossenstrategie leidde pas in 2025 tot het Investeringsvoorstel Bosrevitalisatie: PS stelden middelen beschikbaar om kwetsbaar bos in Overijssel te vernatten. De middelen zijn echter onvoldoende om alle problemen op te lossen, en de maatregelen focussen zich slechts op verdroging.
Bosuitbreiding
1. PS: Verzoek GS middelen en inzet in lijn te brengen met de doelstellingen voor bosuitbreiding uit de Omgevingsvisie.
Het opnemen van de doelstelling van 10% bosuitbreiding in 2030 uit de bossenstrategie in de nieuwe Omgevingsvisie vraagt om een vervolgstap. Op dit moment zijn middelen, inzet en ambities niet met elkaar in lijn, waardoor de ambitie niet gerealiseerd kan worden. Het in lijn brengen betekent meer (eigen) middelen en een intensievere aanpak of een lagere ambitie.
2. PS: Verzoek GS afspraken te maken met gemeenten over geschikte plaatsen voor bosuitbreiding, zodat provinciale subsidie voor bosuitbreiding goed kan worden ingezet.
Gebrekkige afstemming met gemeenten over locaties die geschikt zouden zijn voor bosuitbreiding belemmert subsidieaanvragen door TBO’s en particulieren voor de regeling ‘Meer bos in Overijssel’. Aangezien samenwerking met gemeenten in relatie tot de Europese Natuurherstelverordening de komende jaren op meer onderwerpen belangrijker zal worden is het invullen van deze gezamenlijke verantwoordelijk van belang.
Bescherming
3. PS: Verzoek GS de satellietbeelden die worden gebruikt voor de bescherming van houtopstanden te delen met gemeenten, zodat het verdwijnen van bomen daar waar de provincie geen bevoegd gezag is sneller kan worden opgespoord.
De satellietbeelden die de provincie gebruikt voor toezicht kunnen worden gebruikt om ook houtopstanden waar gemeenten verantwoordelijk voor zijn te controleren. Uit het oogpunt van het algemeen belang en efficiënt met middelen omgaan is het waardevol om hiervoor de samenwerking met Overijsselse gemeenten aan te gaan.
Revitalisering
4. PS: Overweeg extra middelen beschikbaar te stellen voor een kwaliteitsimpuls van het Overijsselse bos, in aanvulling op het investeringsvoorstel bosrevitalisatie.
De €3 mln. uit de perspectiefnota 2026 is op de korte termijn goed voor de vernatting van 370 tot 500 ha bos, terwijl ongeveer 1.400 ha bos in de categorie bedreigd bostype valt. Daarnaast is verdroging van bosgrond niet de het enige probleem dat het bos kwetsbaar maakt. De actualisatie van het rapport ‘Vitaliteit bossen in Overijssel’ (najaar 2026) biedt aanknopingspunten voor verdere maatregelen.
Algemeen
5. PS: Verzoek GS een jaar na de behandeling van dit rapport inzicht te geven in de implementatie van de aanbevelingen.
Met deze aanbeveling die in elk onderzoek terugkomt, bevorderen we de doorwerking van rekenkameronderzoek.
Het rapport wordt op 30 september 2026 aan PS aangeboden.